Nieuwsitem

Verval van vakantiedagen: hoe zit dat ook al weer?

Allereerst het onderscheid tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen.

In artikel 7:634 lid 1 BW is bepaald dat de werknemer minimaal recht heeft op vakantie gelijk aan viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week. Als een werknemer vijf dagen per week werkt, bouwt hij in een jaar dus 5 x 4 = 20 wettelijke vakantiedagen op. In het geval in uren wordt gerekend: een werknemer die 32 uur per week werkt, bouwt gedurende een jaar 32 x 4 = 128 wettelijke vakantie-uren op.

Heeft een werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst of een toepasselijke cao aanspraak op extra vakantiedagen of vakantie-uren, dan is er sprake van bovenwettelijke vakantiedagen of bovenwettelijke vakantie-uren.

Het vervallen van de wettelijke vakantiedagen.

In artikel 7:640a BW is bepaald dat de wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na het kalenderjaar waarin zij zijn opgebouwd. Dit betekent dat de wettelijke vakantiedagen die in 2019 zijn opgebouwd per 1 juli 2020 ‘in principe vervallen’.

Voor de bovenwettelijke vakantiedagen geldt geen vervaltermijn, wat betekent dat voor deze dagen een verjaringstermijn van vijf jaar geldt.

Vakantieregistratie bij opname van vakantiedagen.

Voor een goede vakantieregistratie is het van belang dat die vakantiedagen die verloren dreigen te gaan door verval of verjaring als eerste moeten worden afgeschreven op het moment dat werknemer vakantie opneemt.

Wat houdt het ‘in principe vervallen’ nu precies in?

Allereerst moet er sprake zijn van de situatie dat de werkgever de werknemer in staat stelt om vakantie op te nemen.

Hierbij is de zogenaamde recuperatiefunctie van het genieten van vakantie een belangrijke factor. Dit betekent echter niet dat de werkgever de werknemer kan verplichten om op vakantie te gaan. De werkgever moet de werknemer – desnoods formeel – er wel op wijzen dat hij daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om vakantie op te nemen.

Het Europese Hof van Justitie heeft in 2018 bepaald dat er daarom wel een verplichting op werkgever rust om werknemer op juiste wijze te informeren over het mogelijke vervallen en of verjaren van vakantiedagen (zie ook: https://www.kuijeradvocatuur.nl/werkgever-pas-op-bij-het-vervallen-van-vakantiedagen/).

Hoe nu te handelen als werkgever?

In het geval er (nog) sprake is van het openstaan van wettelijke vakantiedagen uit 2019 adviseer ik werkgevers de werknemers – vóór 1 juli 2020 – daarvan individueel per e-mail of brief op de hoogte te stellen.

In dit bericht dient te worden vermeld het juiste aantal wettelijke vakantiedagen opgebouwd in 2019 alsook het gevolg van het niet opnemen van deze vakantiedagen vóór 1 juli 2020. Tevens is het aan te bevelen om na 1 juli 2020 werknemer schriftelijk te bevestigen dat wettelijke vakantiedagen zijn vervallen.

Dit dient een jaarlijks terugkerende procedure te zijn.

De corona-crisis heeft invloed op het wel of niet opnemen van vakantiedagen!

Nogmaals het uitgangspunt: werkgever kan werknemer niet verplichten zijn vakantie op te nemen.

Vakantie kan alleen in overleg worden opgenomen. Is er door het coronavirus onvoldoende werk, of besluit de werkgever de zaak tijdelijk te sluiten, dan moet de werkgever het salaris van zijn werknemers doorbetalen. Als dit in de arbeidsovereenkomst of cao is afgesproken, kunnen in deze situatie wel min-uren opgebouwd worden. De werknemer moet deze uren dan op een later moment inhalen, als dat redelijk is.

Er doen zich op dit moment ten gevolge van de corona-crisis allerlei vraagstukken voor bij het al of niet opnemen van vakantiedagen dan wel het intrekken van reeds ingeplande vakanties.

Mijn advies voor zowel werkgever als werknemer is: ga met elkaar in overleg. Sta open voor de wederzijdse belangen en probeer tot een redelijke oplossing te komen, waar beide partijen zich in kunnen vinden.